FIRST RESPONDER NOODORGANISATIE

Vanuit de Wet op de Veiligheidsregio zijn sommige bedrijven en organisaties verplicht tot het aanstellen van een bedrijfsbrandweer. Dit geldt onder andere voor bedrijven in de (chemische) industrie die vallen onder het Besluit Risico Zware Ongevallen (BRZO). Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt op basis van artikel 31 of een bedrijf moet beschikken over een bedrijfsbrandweer. Denk hierbij aan bedrijven waar een incident met gevaarlijke stoffen een risico oplevert voor de omgeving. In Nederland zijn er 112 bedrijven met een bedrijfsbrandweer. Een veel grotere groep, namelijk 401 bedrijven, heeft wel een verhoogd risico, maar geen verplichting tot het aanstellen van een bedrijfsbrandweer. Denk hierbij aan laboratoria, farmaceutische bedrijven, bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie, bedrijven met opslag en overslag van gevaarlijke stoffen, maar ook universiteiten en ziekenhuizen. Tevens kan een bedrijf de bedrijfscontinuïteit hoog in het vaandel hebben staan. Een bedrijfsbrandweer aanstellen is in deze gevallen een te zwaar en kostbaar middel, maar een standaard BHV-organisatie heeft onvoldoende kennis en kunde in huis om de veiligheid te bewaken en waarborgen. Wat kunnen bedrijven doen als een bedrijfsbrandweer een te zwaar middel is en een BHV organisatie niet volstaat? In deze onderstaande beschrijving leest u hoe de First Responder Bedrijfsnoodorganisatie hier een oplossing voor biedt.

Meer dan 5 personen inschrijven, vraag een offerte op maat!


Heeft u hulp nodig?

Bel ons gerust:

 06-57723105 

Via ons contactformulier kan natuurlijk ook of ons e-mailadres info@floriangroep.com

Prijs per persoon op aanvraag

First Responder Bedrijfsnoodorganisatie

Bedrijven met BHV-overstijgende risico’s kunnen First Responders bedrijfsnoodorganisatie (FiRe’s bno) inzetten. First Responders zijn net als BHV’ers  eigen medewerkers met een specifieke arbeidstaak. Het verschil  met BHV is dat zij zijn opgeleid en getraind om op te treden bij incidentscenario’s  die voorvloeien uit bedrijfsspecifieke  risico’s .  Ondanks alle getroffen maatregelen, kunnen er altijd risico’s optreden, de zogeheten restrisico’s. Bijvoorbeeld, een bedrijf kan allerlei veiligheidsmaatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van gevaarlijke stoffen bij de opslag niet gebeurt. Toch kan er om verschillende redenen altijd een lekkage optreden. De lekkage van de gevaarlijke stoffen is in dit geval het restrisico. 

Het is van belang de doelstellingen van de bno  helder te hebben, zodat duidelijk is waar de FiRe’s voor kunnen  worden ingezet en waarvoor niet. Ook moeten de risico’s waaraan de FiRe’s  wordt blootgesteld bij het uitoefenen van hun taken in kaart worden gebracht.

Voorbeelden van doelstellingen zijn:

  • Het afsluiten van lekkages met onafhankelijke adembescherming
  • Het bedienen van de stationaire blusinstallatie op veilige afstand
  • Het blussen van een brand in een PGS 15 omgeving
  • Het verlenen van eerste hulp bij beknellingen en of catastrofaal bloedverlies
  • Waterwinning voorbereiding op een inzet van de overheidsbrandweer.

1 Taken First Responders

Maar wie zijn dan de FiRe’s en wat doen zijn? Een FiRe  is geen (bedrijfs) brandweerman of –vrouw, maar een gewone werknemer met een bno-taak. Er is dan ook geen aanwijzing, aansturing en bescherming van deze doelgroep volgens de Wet op de Veiligheidsregio. Wel is  de Arbowet van toepassing. De Arbowet bepaalt dat de risico’s die FiRe’s lopen tijdens de uitvoering van hun taken behoren te worden geïnventariseerd en geëvalueerd volgens de principes uit de RI&E. Vanuit deze risicoanalyse kan een bedrijf keuzes maken: waar ligt de grens van de inzet van de FiRe’s? Waar start de hulpverlening door de overheidsbrandweer. Hieruit blijkt dat afstemming met overheidsbrandweer noodzakelijk is. 

2 Stappen naar een bedrijfsnoodorganisatie op maat

Hieronder ziet u de stappen die nodig zijn om tot een effectieve en efficiënte  bno  te komen: 

 

Het inrichten en onderhouden van een bno  begint met de Risico-inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en eindigt met het oefenen van de FiRe’s. Dit proces begint opnieuw bij wijzigingen in de RI&E of bij vernieuwde inzichten n.a.v. vakinhoudelijke ontwikkelingen, oefeningen en/of incidenten.

Stap 1. Het maken van een Risico-inventarisatie en Evaluatie (RI&E)

Door het uitvoeren van de  RI&E wordt duidelijk  welke risico’s werknemers lopen bij de uitvoer van de arbeid. Daarnaast worden de risico-beperkende maatregelen beschreven en de risico’s voor bijzondere categorieën van werknemers.

Stap 2. Het bepalen van de restrisico’s en maatgevende factoren

Een volgende stap om de bno in te richten is het bepalen van de restrisico’s. Restrisico’s zijn  risico’s die niet door de reguliere risico-beperkende maatregelen voorkomen kunnen worden.  In een chemisch proces bestaat bijvoorbeeld het risico dat een chemische reactie zorgt voor het opwarmen en onbeheersbaar houden van een ketel. De bno moet zich voorbereiden op het beheersbaar houden van deze reactie door het stoppen of vertragen van het opwarmings-proces door het koelen van de ketel met stationaire blusinstallatie. 

Maatgevende factoren zijn van invloed op de incidentscenario’s.  Het gaat dan om:

  • aard, grootte en complexiteit van het gebouw
  • het aantal aanwezigen
  • de mate van zelfredzaamheid
  • beschikbaarheid en opkomsttijd van de professionele hulpverleningsdiensten  externe risico’s.

Stap 3. Het bepalen van de incidentscenario’s

De restrisico’s en de maatgevende factoren kunnen worden vertaald in incidentscenario’s. Een incidentscenario is een beschrijving van een incident dat in het bedrijf zou kunnen plaatsvinden en het optreden van de hulpverlening om het incident te beheersen, te beperken en/of te bestrijden. De bno moet zijn voorbereid om op te treden bij de verschillende incidentscenario’s. De incidentscenario’s  zijn ook een middel om op managementniveau de inzetmogelijkheden en strategie van de bedrijfsnoodorganisatie te bepalen.

Stap 4. Het bepalen van de BNO

De omvang van de BNO wordt uiteindelijk bepaald aan de hand van alle incidentscenario’s die zich kunnen voordoen. In de praktijk ziet men vaak dat het scenario waarbij de meeste FiRe’s nodig zijn, wordt gehanteerd. Het is echter belangrijk om alle incidentscenario’s  te evalueren, omdat alleen op deze wijze maatwerk kan worden gecreëerd in de inrichting  van de BNO,  in de opleiding en  in de oefening.

Stap 5. Het opleiden van de BNO

De Arbowet stelt dat FiRe’s  verplicht zijn tot het volgen van een opleiding. Het uitgangspunt is dat de te volgen opleiding moet worden gebaseerd op de incidentscenario’s van het bedrijf. Het gaat dus om maatwerk. De opleidingen voor FiRe’s vormen een noodzakelijke aanvulling op de Basis BHV-opleidingen, aangezien deze basisopleidingen niet beantwoorden aan het risicoprofiel van bedrijven met een verhoogd risico.

Stap 6. Het vakbekwaam blijven van de BNO 

Om in noodsituaties adequaat te kunnen opereren, is noodzakelijk het opleidingsniveau van de FiRe’s op peil te houden. Dit betekent dat er regelmatig moet worden geoefend. Voor de FiRe-taken geldt dat er niet eenvoudig routine in de uitvoering van de taken opgebouwd zal worden, omdat de taken niet dagelijks worden uitgevoerd. Hiervoor geldt: “Iets wat je niet vaak doet, doe je vaak niet goed”. Aangezien het bij een incident om levensbedreigende situaties kan gaan is regelmatig oefenen van groot belang.

Een van de belangrijke taken van het NIBHV is de  borging van de vakbekwaamheid door  registratie van opleidingen en oefeningen en toezien op de kwaliteit van ons opleidingsinstituut.

De St. Florian Groep B.V. Kennis en Kunde is een van de 10 NIBHV opleiders van Nederland die de begeleiding om te komen tot een bedrijfsorganisatie op maat kan ondersteunen. 

 

Meer weten neem contact met ons op via e-mail of contactformulier.

 

Terug naar de BHV branche opleidingen